inhoud

Aanpassen?

 aanpassen 187cc

Toch blijft het een lastig vraagstuk: de boodschap aanpassen aan de moderne mens, of niet?

Niet? Dat betekent dat we meten spreken in een idioom van eeuwen terug tot mensen van nu. Dat lijkt me ongewenst. De arme mensen snappen er niets van. Het is onze taak als predikers om een brug te bouwen tussen de Bijbel en de toehoorder.

Wel? Daar knarst ook iets: de boodschap van de Bijbel is niet ouderwets, niet modern, maar van alle tijden. Mensen van toen hebben dezelfde vragen als de mensen van nu. Bovendien: God blijft dezelfde.

Aanpassen? Hooguit de vorm, niet de inhoud. Maar bij het aanpassen van de vorm stuiten we weer op een probleem: de vorm moet wel bij de inhoud aansluiten. En nooit mag de inhoud opgeofferd worden aan de vorm.

Inderdaad: lastig.

Hebreeën 13:8 Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.

Focus

focus klein 9ddd8

De Bijbel is zo rijk van inhoud, dat de prediker snel het gevaar loopt niet meer te kunnen kiezen uit de veelheid van onderwerpen. De diepte van het Woord overweldigt hem.

Wat nodig is, is ‘focus’.

Concentratie op één onderwerp.

Een spreker die wat over verschillende onderwerpen vlindert, communiceert niet. Luisteraars haken snel af, als ze geen idee hebben waar de prediker heen wil.

Focus is brandpunt. Alle stralen gaan naar dat ene punt. Focus maakt een boodschap helder en zorgt voor een samenbindend element in de boodschap.

Maar dat niet alleen: focus helpt ook om te kiezen wat we juist niet moeten zeggen.

Focus helpt selecteren uit het rijke aanbod van de Bijbel.

Focus helpt vooral de toehoorder om te concentreren op dat ene punt. Hij weet waarover het is gegaan.

Focus, dus.

Emogelie?

emogelie 54a16

Ik weet het niet. Is het de tijd? Ligt het aan mij? Maar ik hoor steeds vaker preken die meer weg hebben van een psychologische analyse dan van schriftverklaring.

Het kernprobleem van een mens lijkt niet langer zonde te zijn, maar onverwerkte ervaringen en opgekropte emoties.

1 Johannes 4:10 Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.

Over die verzoening hoor ik zo weinig.

Ik verlang naar een prediking, waarin de onnaspeurlijke rijkdom van Christus wordt verkondigd.

Evangelie, geen emogelie.

Of word ik ouderwets?

Therapie?

 therapie 25276

In evangelische kringen bespeur ik een neiging om het evangelie als soort therapie te verkondigen. Iemand is er kennelijk beroerd aan toe. Hij heeft zielenpijn, maar gelukkig, er is herstel – of genezing, of beterschap.

De Bijbel is echter heel wat pessimistischer over de toestand van de zondaar. Hij is dood door zonden en overtredingen.

Dood door overtredingen en zonden. Een dode heeft niet de eigenschap op te knappen. Daar is niets meer aan te doen.

Daar staan we als mensen machteloos.

Maar Christus kan dode zondaars levend maken. Het evangelie: geen therapie, maar een boodschap van opwekking. Met een christen is iets gebeurd: hij heeft nieuw leven ontvangen. Hij is uit God geboren. Hij heeft leven, dat hij voorheen niet had.

Zouden we misschien moeten genezen van dat therapeutische toontje?

Johannes 1:13  die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
Efeziërs 2:1:  Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden.

Gevonden?

besloten 6bbaf

Ik hoorde onlangs een getuigenis dat ongeveer als volgt was:

“Ik ben jarenlang atheïst geweest. Ik heb de weg naar God gevonden. Uiteindelijk besloot ik dat er een God moest zijn. Je kunt dan kiezen uit verschillende mogelijkheden. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de God van de Bijbel.”

God boft toch maar.

Iemand besluit dat Hij bestaat. En kiest Hem ook nog!

Waar is het evangelie gebleven van een God die zondaars zoekt en redt?

Wie gered moet worden, kan niet uit een staalkaart van opties kiezen. Die moet zich in zijn wanhoop toevertrouwen aan de Redder.

Wij zoeken God niet. God zoekt ons!

Brengen we die kant van het evangelie wel voldoende?

Lukas 19:10  Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden.

Navolgen zonder gevolgen?

 waarheid zonder gevolgen a8c0f

Een preek zonder appel kan niet.

Prediking is waarheidsverkondiging. Waarheid moet nu eenmaal consequenties hebben.

Charles Finney was van mening dat Bijbels onderwijs zonder morele toepassing slechter kon zijn dan helemaal geen prediking en tot schade van de toehoorders kon leiden.

Het zou heel goed kunnen dat hij gelijk had.

Waarheid negeren is altijd schadelijk. Wat heb je aan theologische waarheid, als die niet toegepast wordt? Prediking is geen intellectueel spelletje. Ook geen kunst, waarvan je zonder consequenties kunt genieten.
Wat heb je aan een ‘mooie dienst’ als er geen levens veranderd worden? Aan een interessante preek als die geen effect heeft op het dagelijks leven?

Het evangelie raakt het dagelijks leven, in al zijn facetten.

Het gaat over navolging. Dat kan nooit met een klein stukje. Navolgen met alleen je verstand en verder niet, is onmogelijk. Alleen met je gevoel navolgen kan niet.

Navolging omvat de gehele persoon.

Efeze 5:1-2: Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

Gezag?

gezag

Sommige kunstdeskundigen zijn zo deskundig dat ze een enkel woord hoeven te spreken en het schilderij wordt als ‘echt’ geaccepteerd. Wie durft hen tegenspreken? Hun mening is bepalend.

Bij predikers ligt het een tikkeltje anders.

Wat de prediker ervan vindt is feitelijk niet relevant. Onze taak is uitleggen wat Gods woord zegt. Hoe meer onze prediking van dat woord doordrenkt is, hoe groter het gezag waarmee we spreken.

Niet ons, maar Zijn gezag.

2 Korintiërs 4:5  Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Heere, en onszelf als uw dienstknechten om Jezus’ wil.

Twitter de preek?

twitteren2

Met grote regelmaat spreek ik op zondag mensen die geen idee hebben waar de preek over ging.

Was de presentatie slecht? Nee. Helemaal niet.

Was de taal te moeilijk? Nee. De prediker deed zijn uiterste best om begrijpelijk te spreken. Zijn zinnen waren kort en helder. Zijn spreektoon natuurlijk en aangenaam.

Had de prediker storende, afleidende gewoontes? Ook niet. Geen stopwoorden. Geen rare gebaren. Hij sprong niet druk heen en weer.

Gebruikte hij een rommelige uit veel te veel dia’s samengestelde PowerPoint? Nee. Stonden er per dia veel te veel woorden op? Nee. De PowerPoint neigde naar perfectie.

Was het geluid slecht? Nee. Het geluid was uitstekend.

Er waren geen storende factoren. Geen incidenten tijdens de preek. Geen jengelende kinderen door gebrek aan kinderdienstleiding.

Zat er te veel informatie in? Zelden. Ik heb eens in mijn aantekenboekje gekeken, dat ik als toehoorder bijhoud. Meestal is het probleem dat de informatie niet met elkaar samenhangt. Men wordt overgoten met een reeks minipreekjes.

De centrale gedachte ontbreekt.

Eigenlijk zou de kern van de preek na afloop getwitterd moeten kunnen worden. Een tweet mag maar 140 tekens omvatten. Als de preek daarin kan worden samengevat, is in de centrale gedachte tenminste helder.

Daar kan het dan niet aan liggen.

Emo?

 emo

Is de pinksterpreek van Petrus emotioneel?

Helemaal niet!

Opvallend is dat Petrus zich beperkt tot de feiten en uitlegt vanuit de Schriften dat Jezus de Christus is. Hij ventileert geen persoonlijke ervaringen of gevoelens.

Dat is opmerkelijk. Wij leven in een sterk op emotie gerichte cultuur. Ook in de verkondiging dreigt dat door te dringen. Het evangelie wordt steeds vaker in termen van gevoel gevat.

Petrus hield zich daar niet mee bezig. Hij verkondigde Christus vanuit de Schriften!

Broodnuchter.

Handelingen 2:32 Deze Jezus heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn.

Zin in onzin?

onzin

Het intrigeert me mateloos dat gemeenteleden zo makkelijk de onzin slikken die lieden op een kansel uitkramen (ik spreek hier bewust niet van predikers). Een kleine greep uit mijn verzameling kanselnonsens (nee, niet alleen uit evangelische kring):

  • “De Bijbelse verhalen zijn wel waar, maar niet echt gebeurd.”
  • “Sommige mensen zijn liever ziek, dan dat ze genezen willen worden.”
  • “Alles verandert, God ook.”
  • “Je moet je bekeren van je armoede.”
  • “Hier maakte de Heilige Geest een inschattingsfoutje.”

De laatste uitspraak vernam ik als toehoorder. De dominee meende dat het een ‘inschattingsfoutje’ van de Heilige Geest was om Paulus en Barnabas met elkaar samen te laten werken.

Pardon? 

Hij kreeg ook nog eens de lachers op zijn hand. De humor ontging mij volledig. Ik ging verdrietig huiswaarts.

Hoe leren we onze toehoorders onze preken steeds weer te toetsen aan de Bijbel zelf?

Dan hebben ze geen zin meer in onzin.

Ze accepteren het gewoonweg niet.

Pausjes?

calvijn

Een van de grootste gevaren die een prediker bedreigen kan, is het worden van een autoriteit. Hij zegt het, dus het is zo. Met zijn opvattingen beïnvloedt hij zijn 'volgelingen'. Een van de speerpunten van Luthers reformatie was zijn strijd tegen het pausdom. Maar tegelijk onderkende hij het pausje in zijn eigen hart: “Als je de mens opensnijdt, dan springt er een paus uit.”

De opdracht van Christus was om heen ter gaan en al de volken tot Zijn discipelen te maken.

Onze opdracht als predikers is om samen met de mensen te luisteren naar wat de Bijbel zegt en steeds weer te wijzen op Christus. We moeten ervoor waken dat onze persoonlijkheid komt te staan tussen Christus en onze toehoorders. Dat gaat zo ongemerkt en zo sluipend. Ergens in de kerkgeschiedenis was er opeens een paus.

De geschiedenis heeft zich helaas herhaald. In talloze vormen en bewegingen.

Wat blijkt het moeilijk om vast te houden: het gaat om Hem, om Hem alleen! Hem verkondigen wij - en niemand anders.

Een prediker is geen heer, hij is een dienaar.

Kolossenzen 1:25  Haar dienaar [nl van de gemeente] ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen.

Theologisch trapezewerk?

trapeze

Mijn vader vertelde me ooit eens dat in de kerk van zijn jeugd een vermaard hoogleraar kwam preken. De kerk zat stampvol. De hoogleraar sprak over de tekst ‘En terstond kraaide de haan’. Dat heeft mijn vader onthouden, omdat hij van het overige volstrekt niets begreep. Hij had zelfs geen schemerachtig vermoeden van wat de hooggeleerde prediker wilde zeggen. Na afloop bleek vrijwel iedereen het spoor bijster. De enige die ‘likkebaardend’ (zoals mijn vader beweerde) onder de preekstoel luisterde was de plaatselijke predikant, die het fijnzinnige vakwerk herkende. 

Deze kleine anekdote bewijst de noodzaak van nadenken over de toehoorders. De ongetwijfeld zeer vakkundige leerrede was zo 'diep' dat men er niets in zag. 

Een prediker moet een brug slaan, tussen het Woord en de hoorder. Theologisch trapezewerk van hoog niveau is aardig, maar wat hebben we eraan als de 'consument' niets aan zo'n oratorisch kunststukje heeft?

Een goede theoloog is niet altijd een goede prediker.

Vreesvrees?

gave preek

 

In onze vurige wens het evangelie bekend te maken dreigen we de boodschap aan te passen aan het publiek. Het evangelie moet 'leuk' zijn. Het moet een brokje amusement bevatten. Het moet niet teveel afstoten. Het evangelie is feestelijk en vrolijk! Kortom: eigenlijk is een evangelisatieavond geslaagd als het een 'lekker avondje uit' is.

Ik waardeer de goede bedoelingen. Maar verliezen we niet zo nu en dan het element 'vrees' uit het oog? Beetje ouderwets begrip misschien, maar als mensen met God worden geconfronteerd, in Oude en Nieuwe Testament, is er vrees. God blijkt overweldigend en onvergelijkbaar. Hem ontmoeten blijkt geen 'onwijs toffe' zaak te zijn en ook niet 'vet cool'.

Men vréést.

Vrees doet vluchten.

Vluchten waarheen? Psalmen 139:7 (HSV) Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten?

Waar ben je veilig voor die ontzagwekkende God?

Er is er maar één plaats: bij God zelf, in Christus.

Het evangelie is een blijde boodschap, tegen de achtergrond van deze vrees. Durven we als predikers ook te verkondigen dat God vreeswekkend is?

Ik vrees voor het antwoord.

Preekstarter?

nederigheid

‘Begin je preek met je tekst,’ is het advies dat er in het begin bij mij is ingehamerd. Een sympathiek advies. Er spreekt eerbied uit voor het Woord. Daar gaat het tenslotte om bij prediken: het Woord moet aan het woord komen, niet onze eigen ideeën. We leggen uit wat de Bijbel te zeggen heeft. 

Toch ben ik in de loop der jaren over de inleiding anders gaan denken. Vaak begin ik tegenwoordig met het schetsen van het probleem. Ik roep vragen op. Daarna pas neem ik de Bijbel en behandel de tekst die over het geschetste vraagstuk handelt.

Ik activeer met andere woorden eerst het denken van de toehoorders en probeer hen daarna mee te nemen in de zoektocht naar antwoorden.

Het voordeel is dat de centrale vraag van de preek er onmiddellijk 'staat'.

Een goed begin is het halve werk.

Toegankelijk?

romeinserijk

Wat is er mis met het toegankelijk maken van het evangelie?

Helemaal niets!

Waarom zou je moeten praten in de taal van de zeventiende eeuw, met woorden die mensen niets meer zeggen? Waarom zou je moeten zingen in een muzikale stijl, die vreemd is voor moderne oren.

Taal verandert. Muziek verandert. Dat is de vorm.

De boodschap verandert echter niet.

Maar het probleem zit 'm niet in de vorm, maar in de inhoud.

De moderne mens, zo horen we, heeft niets meer met het evangelie. Dat is ongetwijfeld waar, maar was dat in de eerste eeuw anders? Had een gemiddelde inwoners van Korinte of Tessalonica, of Rome, dan wel iets met de boodschap van de Bijbel?

Ze waren doordrenkt met het heidendom; de denkwereld van de Bijbel was hen volkomen vreemd. De moderne mens weet zich tenminste nog omringd door tal van overblijfselen van een christelijke cultuur.

Toch wisten de eerste discipelen de brug naar hun tijdgenoten te slaan. Zonder toeters en bellen. Authentiek. Zij worstelden met hindernissen, die wij niet hebben.

In onze tijd wordt Jezus over het algemeen als een hoogstaand Persoon beschouwd, een voorbeeld. In de wereld van het Nieuwe Testament was Hij een loser, een  geëxecuteerde, iemand waar je niet bij wilde horen. De inhoud is het probleem: men verkondigde redding door een gekruisigde, een ter dood veroordeelde.

Weinig kansrijk.

Onbegonnen werk, lijkt het.

Toch lukte het.

Het evangelie ging onstuitbaar door. Aan het eind van de eerste eeuw was het overal in het Romeinse Rijk opgeschoten, levend en krachtig.

De eerste eeuw en nu. Wat is eigenlijk het verschil?

Kolossenzen 1:5,6 Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie, dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen;

Op het doel?

doel

Goed onderwijs begint met doelstelling.

De onderwijzer wil iets bereiken. Hij weet wat zijn leerlingen na zijn les moeten weten.

De hele les wordt bepaald door de doelstelling: waar gaat het heen?

Is het met preken anders?

Goede vraag: wat moeten mijn toehoorders straks weten, vinden en doen?

Heb ik dat helder?

Dan een goede kans op een doeltreffende preek.

Is een preek een overdenking?

mijmeraar“De overdenking wordt vandaag verzorgd door…”

Merkwaardig woord, overdenking.

Iemand laat publiekelijk ergens zijn gedachten over gaan. De reacties kunnen zijn: “Mooi.” Of: “Onzin.” Of: “Diep!” Een overdenking is een expressie van een al dan niet rijk zielenleven. Eigenlijk een soort kunstvorm.

Een overdenking is geen preek. Een preek demonstreert geen origineel denkwerk, een preek is verkondiging. De verkondiger is er niet vanwege zijn schone gedachten; hij is er om een boodschap namens zijn Zender te brengen.

Een preek toont toehoorders wat het Woord van God zegt. Een preek verkondigt het goede nieuws over Christus.

We hebben geen overdenkers nodig, maar predikers!

Mobiel?

leesmee

Het evangelie voor de mobieltjesgeneratie?

Natuurlijk! Wat gaan we nou beleven.

Een van de wonderbaarlijke eigenschappen van het evangelie is dat de boodschap gebracht kan worden in alle mogelijke culturen. Geen groter verschil dan tussen Joden en Grieken. Maar Paulus weet ze beide te bereiken:

1 Korinthiërs 1:24  maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods.

Christus overstijgt de culturen.

Eskimo’s, Indiërs, Amerikanen, Hutu’s, indianen, Chinezen en Europeanen nemen het evangelie aan. Volstrekt uiteenlopende werelden. Maar het evangelie is overal toepasbaar.

Er is dus volop hoop voor de game-, mobieltjes-, twitter- en facebookgeneratie.

Het vraagt natuurlijk van de evangelieboodschapper wel inzet, creativiteit, inleving en aanpassingsvermogen .

Maar gold dat ook al niet voor Paulus?

Die was trouwens erg mobiel.

Gevarieerd?

lopende bandDe variëteit in de natuur is opmerkelijk.

Je komt geen twee identieke vingerafdrukken tegen, geen twee dezelfde oren. Ieder mens is anders.

Het cliché komt kennelijk niet voor in Gods schepping. God is origineel en fris.

Zou dit niet een richtlijn moeten zijn voor onze prediking?

Ik stoor me vaak aan de versleten uitdrukkingen, die hun betekenis en kracht hebben verloren. Raken de mensen van de wijs als je het eens wat anders formuleert? 

Is het niet onze taak steeds opnieuw nieuwe kanten en nieuwe invalshoeken te vinden en te laten zien aan de toehoorders?

Het evangelie is te rijk om in vaste, gestolde uitdrukkingen te worden gegoten.

Streef naar variatie. Wees creatief in de beste zin van het woord.

Eén stuk?

lappendekenOnlangs een uitstekende preek gehoord.

De prediker riep een ‘grote vraag op’, die de gehele preek overspande. Het werd daardoor een geheel. De hele preek ging over die één uit de tekst voortvloeiende prikkelende vraag.

En het belangrijkste: de preek toonde ons Christus.

Het vinden van de ‘grote vraag’ in je te behandelen gedeelte is van groot belang. Je voorkomt dat de preek een rammelend bouwwerk wordt van verschillende minipreekjes, de ‘lappendekenpreek’.

Een lappendekenpreek heeft geen samenhang. Je kunt hem niet mee naar huis nemen. Mensen vergeten hem snel.

Daarom graag een preek uit één stuk!

Hoe hoog is de ruif?

schaapVan de bekende evangelist Johannes de Heer is de uitspraak dat de kudde van de Heer niet bestaat uit giraffen, maar uit schapen; we mogen daarom de ruif niet te hoog hangen.

Dat is, om in deze termen te blijven, een waarheid als een koe.

Een preek mag nooit een wetenschappelijke verhandeling worden, die misschien wel de voortreffelijkheid van een prediker demonstreert, maar verder volledig over de hoofden van gemeenteleden heen gaat.

Het moeilijkste is om eenvoudig te zijn en om een preek eenvoudig te maken, zodat de mensen er thuis nog eens rustig op kunnen herkauwen. Een preek die niet te behappen is, kunnen ze niet eens mee naar huis nemen; hij is niet te hanteren.

Die laten ze hangen.

Terecht.

Hem?

HEMverkondigenColossenzen 1:28  Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn.

Onze boodschap is een persoon: Christus!

Toen Einstein stierf, kon men de relativiteitstheorie gewoon blijven hanteren. De aanwezigheid van Einstein zelf is daar niet voor nodig.

Maar een evangelie zonder Jezus bestaat niet.

Hijzelf is de boodschap.

Vandaar die Ik ben-teksten als: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven Johannes 11:25.

Springplank?

springplank
Is de Bijbeltekst een soort springplank voor de preek? Een leuk beginnetje voor je eigen verhaal?

Of is het wellicht zo dat we onze ideeën moeten laten bijstellen door de tekst?

Is het niet zo dat het de taak van de prediker is te laten zien wat de Bijbel zegt?

Het Woord aan het woord laten eigenlijk.

Een prediker is een 'dienaar van het woord'.
Hij staat in dienst van zijn boodschap.
Niet van zijn eigen verhaaltjes.

    Lukas 1:2  gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn,

Allemaal waar?

waarDodelijk. Als mensen na een preek de deur uitlopen: “Wat ‘ie zei, was allemaal waar…”

Geen woord verkeerd, maar het sprak niet aan. Ach, wat moet je ermee? Gauw vergeten, schouders ophalen en aan de koffie.

Christus zet je leven op z’n kop. Wie Hem heeft leren kennen is niet meer dezelfde. Een preek moet Christus laten zien: Hem verkondigen wij.

Een confrontatie met Christus en dan laconiek je schouders ophalen?

Handelingen 7:54  Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem.

Doelgroepen?

doelgroepenPredikers doen het niet snel goed. Enkele klachten:

  •     Er wordt te weinig gepreekt voor singles.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor gehuwden.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor hoogopgeleiden.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor laagopgeleiden.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor werkenden.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor werkzoekenden.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor jongeren.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor ouderen.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor gehandicapten.
  •     Er wordt te weinig gepreekt voor gezonde mensen.
  •     Te weinig voor muziekliefhebbers en te weinig voor muziekhaters.
  •     Te weinig voor werkgevers en te weinig voor werknemers.
  •     Te weinig voor rijken en te weinig voor armen.

Tal van doelgroepen menen niet bediend te worden in de prediking.: “We zijn een vergeten groep. We hangen er maar een beetje bij…”
Hoe deden ze dat in de eerste eeuw, met al die verschillende groepen die bediend moesten worden met de bevrijdende boodschap?
Wat hadden ze ook alweer?

  •     Griek
  •     Jood
  •     Besneden
  •     Onbesneden
  •     Barbaar
  •     Skyth
  •     Slaaf
  •     Vrije

Nogal uiteenlopende clubjes, mogen we vaststellen. Toch één gemeente: ze hadden allemaal dezelfde Christus nodig…
 
Wordt het niet eens tijd Hem volop te verkondigen?
Voor de singles, de gehuwden, de hoog- en laagopgeleiden, de werkenden en werkzoekenden, de jongeren en de ouderen, gehandicapten en gezonden, de muziekliefhebbers en muziekhaters, voor werknemers, werkgevers, rijken en armen?

Kolossenzen 3:11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.

Verdichtsels?

verdichtselsHoe is het toch mogelijk dat een prediker in zeer veel gemeenten Bijbellezingen kan houden over de eindtijd, waarin hij niet bestaande bronnen gebruikt? Met veel aplomb beschrijft hij geavanceerde, technologische projecten, die louter voortkomen uit zijn eigen hersenspinsels.

Boeiend natuurlijk, maar wel onzin. En kwalijk.

De Bijbelleraar in kwestie treft uiteraard blaam.

Maar hij niet alleen.

Gebruikten de oudsten van de gemeenten zijn lezingen om wat gemiste slaap in te halen? Waren zij ‘Toetst alles en behoudt het goede’ vergeten?

Maar hebben ook de toehoorders niet een verantwoordelijkheid? Ziet dan toe hoe gij hoort! Waarom zouden zij alles maar klakkeloos slikken?

Het is wel ironisch dat bovenbedoelde Bijbelleraar met zijn studies opeens zelf een teken van de eindtijd is geworden:

2 Timotheüs 4:3  Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.

welkom

Een site over preken.
In kleine stukjes komen belangrijke vragen aan de orde:

 

  • Wat is preken?
  • Wat is een goede preek?
  • Kan iedereen preken?
  • Hoe moet je preken?
  • Hoe bereid je je voor?
  • Welke randverschijnselen zijn van belang?

 

Bladert u rustig door de site.

zoeken

alle artikelen

log in