begeleiding

Geweldig fijn?

 bedankt 8452d

 “Bedankt! Het was geweldig fijn.” Pompend werd de hand van de spreker gedrukt. Ik zag het van een afstandje verbaasd aan. Ik had een heel andere preek gehoord: een rommelig, saai en armoedig verhaal. Maar toen ik even later de spreker groette, zei ik dat niet. Zoiets doe je niet.

Wat zou er gebeurd zijn als ik het wel had gedaan? Zou de spreker dat hebben gewaardeerd? Zou hij zich aangevallen voelen? Dat laatste lijkt me waarschijnlijk.

Ik vroeg me af hoe de spreker naar huis ging. Tevreden? Hij had enkele mensen gesproken die het fijn vonden.

Het toont aan hoe eenzaam de positie is van een prediker. Hij staat er alleen voor. Hij staat alleen voor de zaal. Hoe zijn preek overkomt, blijft in nevelen gehuld. Hij moet er maar een slag naar slaan.

Wat zou hij veel kunnen leren van iemand die met hem de preek bespreekt. Maar dit is een delicaat terrein. De spreker kan zich snel bedreigd voelen en zich ingraven.

Daarom moet zo’n gesprek in een sfeer van veiligheid plaatsvinden. Het bespreken is geen aanval; het is ten dienst. Verder is de vraag of iedereen als gesprekspartner kan optreden. Ik denk het niet. Zinvol preekbespreken kan alleen als men de nodige kennis van zaken heeft en de vereiste fijngevoeligheid.

Op zoek dus!

Bespreekschema

bespreekschemaEen zeer handig schema om met een beginnende (maar ervaren mag ook!) prediker de preek te bespreken. Val de prediker overigens niet gelijk na zijn preek op z'n dak: de meesten zijn kort na hun preek behoorlijk vermoeid en moeten even 'bijkomen'.

Achter ieder onderdeel zijn vier mogelijkheden in te vullen:

-- = zeer zwak

-  = zwak

+ = goed

++ = zeer goed

Gemiddeld ontbreekt. Dat maakt de afweging helder.

Het schema is hier te downloaden:

 

Preekmeten?

meetpunt

Zomaar een vraagje: waarom meten we nauwelijks hoe een preek is overgekomen? Meten is weten. Of is dat vloeken in de kerk?

Natuurlijk weet ik wel dat de communicatie bij een preek heel bijzonder is. Uiteindelijk draagt de Heilige Geest de boodschap het hart in. Daar zijn wij predikers intens afhankelijk van. Maar ontslaat ons dat van de verplichting goed te communiceren?

Waarom na afloop van een dienst niet een zeer kort onderzoekje laten invullen? Ik denk aan een vraag of drie, vier:

  • Sprak de dienst u aan? 
  • Was de boodschap begrijpelijk?
  • Hebt u iets nieuws geleerd over Christus? 
  • Gaat u iets doen met de boodschap? 

Zoiets.

Met mogelijkheid tot opmerkingen.

Kost hooguit vijftien seconden.

Lijkt me leerzaam.

Een kritisch oog en oor?

kritiek

Het lastige van prediken is dat je niet naar jezelf kunt kijken en luisteren. Je kunt onmogelijk je eigen toehoorder zijn.

Een video-opname laat uiteindelijk toch iets anders zien dan wat de mensen in de zaal zien. Iedereen kent het lachen om elkaar tijdens het bekijken van een vakantiefilmpje. Het gekke is dat je destijds om dezelfde situatie niet moest lachen. Je ziet dus nu op video kennelijk iets anders dan je toen zag in het echt.

Op een video ontbreekt de context, waarin de overdracht van de boodschap plaatsvond. Een geluidsopname dan? Die isoleert de stem en is daarbij ook niet een zuivere weergave van de realiteit. In de communicatie is lichaamstaal immers minstens zo belangrijk. Een pauze kan lang duren op een opname, terwijl je in werkelijkheid volop (non-verbaal) aan het communiceren was.

Hoe krijgen we onszelf in beeld?

Het beste middel is een groepje bekwame mensen, die kritisch kijken en luisteren en adviezen geven. Zo kom je verder! 

Kritiek is niet erg. Het is een vorm van gratis advies.

Gratis, maar zeer waardevol.

Talenten scouten?

orde

Preken veronderstelt een gave. Dat komt eerst. Natuurlijk is opleiding niet verwerpelijk, integendeel! Maar er moet wel iets op te leiden zijn. Net zomin als je een kneus kunt opkweken tot profvoetballer of een slechthorende tot concertviolist, kun je een onbegaafde scholen tot prediker.

Hoe herkennen gemeenten het (preek)talent?

De jeugdgroep is een prima kweekvijver. En laat een mogelijk begaafde jongere  zondagschoolwerk doen om zijn vaardigheden voor kennisoverdracht aan te scherpen. Volwassenen hebben namelijk geleerd net te doen alsof ze luisteren: het beleefde, instemmend knikje, terwijl de gedachten volstrekt elders dwalen. Na afloop kloppen ze de spreker vriendelijk op de schouder met de mededeling dat het 'erg fijn' was. Leuk voor de spreker, maar niet nuttig: het was in werkelijkheid niet te harden.

Kinderen kunnen niet veinzen. Ze haken af als ze niet geboeid worden. Niets is zo leerzaam als een voordracht houden voor kinderen. Misschien kun je zelfs stellen: als je kinderen niet kunt boeien, kun je het volwassenen ook niet.

Welk lijstje met criteria hanteren we bij het scouten van preektalenten?

Mag ik een voorstel doen? Ik houd me graag aanbevolen voor aanvullingen:

  1. roeping (innerlijke noodzaak tot preken)
  2. gedrevenheid
  3. Bijbelkennis (als er wel begaafdheid is, maar geen inhoud, valt er weinig te verkondigen)
  4. belezenheid ('A leader is a reader')
  5. studiezin
  6. kinderen kunnen boeien 
  7. de vereiste intelligentie 
  8. vermogen om kennis over te dragen

Arm schaap met de vijf poten?

balletje trappenArm schaap met vijf poten. Arme, overbelaste, met een dreigende burn-out worstelende voorganger.

Waar staat eigenlijk geschreven dat een gemeente één man moet opzadelen met de wekelijkse preek (en het noodzakelijke studeren daarvoor), organisatie van de kerkdienst en het leiden ervan, Bijbelstudie, leiden van de bidstond, huisbezoek, zieken(huis)bezoek, jeugdwerk, stervensbegeleiding, voorzitten van diverse vergaderingen, het managen van het kerkelijk leven, het voortdurend stimuleren en motiveren van medewerkers, schrijven van stukjes voor het gemeenteblad, aansturen van de muziekgroep, houden van spreekuur, vullen van de nieuwsbrief, uitnodigen van gastpredikers, maken van roosters, uitvoeren van pr-activiteiten, contact onderhouden met zendelingen, namens de gemeente bezoeken van recepties, bemiddelen in conflicten, plaatsnemen in enkele besturen en nog verschillende andere werkzaamheden? Dit soort eisen stelt men zelfs niet aan de zwaarbetaalde CEO van een multinational.

Waar staat eigenlijk geschreven dat een gemeente geleid moet worden door één persoon? Opvallend is dat net Nieuwe Testament altijd spreekt over leiding van een gemeente in meervoud. Nooit: de opziener, de oudste, de herder, de voorganger. Altijd: opzieners, oudsten, herders, voorgangers (voorgangers alleen in Hebreeën 13). Teams dus.

Wordt het geen tijd om dat teamleiderschap weer in ere te herstellen in onze gemeenten?

Of moet er in de kudde voor dat arme schaap met vijf poten niet gezorgd worden?

Tijd voor een coach?

 coach

Preken is een eenzame bezigheid.
Het is erg moeilijk om jezelf te bekijken (en beluisteren), terwijl je preekt.

In de sport is een coach onmisbaar.
Natuurlijk heb je er beruchte horken tussen. Maar een goede coach helpt je verder. Hij ziet wat jou niet opvalt.
Wordt het geen tijd voor preekcoaches?

Bevalt hij niet, dan wordt 'ie gewoon gewisseld.

2 Timotheüs 2:2  en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten.

welkom

Een site over preken.
In kleine stukjes komen belangrijke vragen aan de orde:

 

  • Wat is preken?
  • Wat is een goede preek?
  • Kan iedereen preken?
  • Hoe moet je preken?
  • Hoe bereid je je voor?
  • Welke randverschijnselen zijn van belang?

 

Bladert u rustig door de site.

zoeken

alle artikelen

log in